Home
Introductie
Geschiedenis
 

Geschiedenis Afrika

Waar komen onze voorouders vandaan !

Stormachtige ontwikkelingen met betrekking tot DNA materiaal hebben ook de genealogisch mogelijkheden hiervoor niet onberoerd gelaten.  De kansen  om met deze nieuwe techniek zelfs duizenden jaren terug in de tijd te geraken is natuurlijk voor ieder genealoog een ultieme droom.  Toch bestaat deze mogelijkheid  wel degelijk en het was voor mij dan ook om deze reden dat ik in 2009 besloot aan een dergelijk onderzoek mee te doen, een onderzoek wat mij de mogelijkheid bied  te achterhalen waar de roots van mijn voorouders liggen.
Het materiaal wat ik hiervoor diende in te sturen bestond uit een wangslijm vliesuitstrijkje, vrij eenvoudig uit te voeren en op te sturen naar Leiden.
Het gehele onderzoek stond onder leiding van Prof.Dr. P. de Knijff, vast beëdigd gerechtelijk DNA-deskundige verbonden aan het Forensisch Laboratorium voor DNA onderzoek, (FLDO) aan het universitair medisch centrum te Leiden
Op 11 september 2009 kreeg ik vanuit Leiden een rapport toegestuurd met een uiteenzetting van het DNA-onderzoek.
In het kort geef ik hier een beschrijving van dit onderzoek wat op zichzelf nogal technisch van opzet is, doch dat ik U niet wil onthouden om U zodoende een indruk te geven hoe een dergelijk onderzoek tot stand komt.
Het bij mij afgenomen DNA materiaal ( wangslijm ) had tot doel te onderzoeken tot welke haplogroep ik behoor, en wat dit uiteindelijk aan nieuwe inzichten oplevert voor mijn genealogie.
Het haplotype wordt bepaald door middel van de typering van STRs ( short Tandem Repeats )
STRs zijn kleine stukjes DNA waarin een specifiek  “blokje “ van nucleotiden ( DNA bouwstenen )  een aantal malen herhaald voorkomt ( vandaar Repeats ). Een verschil in het aantal herhalingen leidt tot een verschil in de lengte van de STR. De algemene term voor een dergelijke lengtevariant is  “allei “.
Voor een STR komen altijd meer dan twee allelen in een populatie voor. Iedere allel wordt genoemd naar het aantal voorkomende herhalingen. Het haplotype bestaat daardoor uiteindelijk uit een reeks getallen, welke overeen komen met de voor de verschillende STRs waargenomen allelen.
De haplogroep wordt bepaald door middel van de typering SNPs ( single nucleotide polymorphismis )
Een SNP is een unieke verandering van 1 nucleotide naar een andere nucleotide ( bijvoorbeeld een C verandert in een T )
Ook bij een SNP spreken we van verschillende allelen, maar een allel is in dit geval geen lengtevariant, maar een verschil in 1 nucleotide.
Een SNP heeft altijd 2 allelen, welke worden weergegeven als letters. De haplogroep bestaat dus uiteindelijk uit een reeks letters, welke overeen komen met de voor de verschillende SNPs waargenomen allelen.
Volgens wereldwijd aangenomen afspraken worden deze letter reeksen vervangen door een eenvoudiger naamgeving, bestaande uit een aantal hoofd-haplogroepen ( A t/m T ) welke verder kunnen worden onderverdeeld in sub-haplogroepen ( bijvoorbeeld R1, R1a, R1b en R2 )

Na deze technische uiteenzetting  blijkt dat uit sample KR9PX mijn DNA is geïsoleerd, en dat daaruit de haplogroep E is waargenomen .
Op het landkaartje hieronder  krijgt U een globaal overzicht van de wereldwijde  verspreiding van deze haplogroep. Hoe donkerder een regio is gekleurd, hoe vaker haplogroep E in deze regio wordt aangetroffen.


Haplogroep E kan nog verder worden onderverdeeld in subhaplogroepen. Momenteel wordt onderzocht tot welke subhaplogroep van E sample KR9PX behoort.
De resultaten van dit aanvullende onderzoek zullen pas  op een later tijdstip worden gerapporteerd.

Uiteindelijk kunnen we vaststellen dat de haplogroep E is ontstaan in noordoostelijk Afrika, te denken valt dan aan Tunesië –Libië en/of Egypte. De subhaplogroep E1B1B1a2 echter zou heel goed ontstaan kunnen zijn in het nabije Oosten of op de Balkan, waar deze haplogroep nog steeds in een redelijk hoge concentratie in de bevolking voorkomt. Uit dit gebied waren veel Romeinse legionairs afkomstig en het is dus niet uitgesloten dat personen uit deze subhaplogroep in de Romeinse oudheid naar noordelijke streken zijn gekomen. Gezien de relatief kleine omvang van deze subhaplogroep in de Nederlanden ligt zo’n vrij recente komst eerder voor de hand dan een veel oudere aanwezigheid. Toekomstig onderzoek zal hier ongetwijfeld betere inzichten opleveren.
Ik houd U in ieder geval op de hoogte van verdere ontwikkelingen.

Terug naar Geschiedenis

 

Disclaimer - @ februari 2017 Designed bij Compu-Link