Home
Introductie
Geschiedenis
 

Geschiedenis Bruchem

Nu dus duidelijk is geworden dat  Jan en Henk Craeghs, beide uit Roosteren, zich in Bruchem hebben gevestigd als landbouwer, is het voor mij zaak zoveel mogelijk gegevens van onze voorouders te onderzoeken.
Interessante gegevens, vanuit de burgerlijke stand, zoals beroepen, doop trouw en begraafaktes, kortom een diversiteit aan gegevens, dit  allemaal  bereikbaar binnen verschillende archieven, maken een genealogie tot een boeiende hobby.


Gelet op de vele nakomelingen uit deze beide broers, heb ik gemeend, vanuit overzichtelijkheid deze families onder te verdelen in districten.

Het wapen van Bruchem

Ik heb gekozen voor 6 districten waarvan de afstammelingen zich via Bruchem hebben verspreid o.a. naar de onderliggende plaatsen:

Ammerzoden 1 Ammerzoden 2 Zaltbommel Rotterdam Delft Arnhem

U krijgt een prachtig overzicht van uw eigen stamboom. Uit historisch oogpunt heb ik dit nog verder uitgebouwd met een geschiedenistijdlijn, U kunt zien wat er geschiedkundig zich zowat afspeelde in die tijd van uw voorouders. Tevens vindt u in de districten ook een leeftijdenoverzicht.

Tot slot  heb ik nog een organigram ingebouwd, waardoor U de mogelijkheid krijgt vanuit een ander perspectief uw genealogie te bekijken.

Omdat een genealogie nooit af is ben ik afhankelijk van uw bereidwilligheid mij te ondersteunen met uw mutaties. Is er wat veranderd in uw directie familie, laat mij het weten, zodat ik onze genealogie kan aanpassen aan deze tijd (zie Contact/Mutaties).
Daarnaast ben ik een vervend verzamelaar van foto’s en bidprentjes uit onze familie, kortom U kunt mij op diverse manieren ondersteunen door onze stamboom nog verder te optimaliseren.

Een kleine toelichting op een stukje geschiedenis Bruchem

Bruchem is een dorp in de Bommelerwaard, behorend tot de gemeente Zaltbommel, in de Nederlandse provincie Gelderland.
Bruchem telt 1620 inwoners ( per 1 januari 2012 ). Tot 1999 behoorde Bruchem tot de gemeente Kerkwijk, die toen werd opgeheven.
De naam Bruchem bestaat uit twee delen: bruc en hem. Bruc komt van broek, dat drassig bebost stuk land betekent. Hem is afgeleid van heim, dat woonplaats betekent.
Bruchem is gebouwd op een stroomrug die door het midden van de Bommelerwaard loopt en waarop ook Kerkwijk en Delwijnen zijn gelegen.

Deze rug is ontstaan langs het riviertje de Alm, dat in de Bommelerwaard voor 1200 verzandde.
Al in de Romeinse tijd was er bewoning  op de stroomrug gronden, die over Bruchem en Kerkwijk naar Delwijnen lopen. Hier zijn ook sporen van Romeinse bewoning gevonden.
Kerkwijk moet vanouds het kerkelijk centrum zijn geweest. Het is vermoedelijk met Bruchem en Boven-Delwijnen het mooiste voorbeeld van een langgerekte Frankische boerennederzetting. De woongedeelten waren naar het bouwland ( de Eng ) gekeerd, waar de achterstraat liep. Vlak achter het huis is de grond uitgegraven om de erven mee op te hogen tegen overstromingen. Bruchem Delwijnen en Kerkwijk waren oudtijds dagelijks ( lage ) heerlijkheden, terwijl Nedehemert een hoge heerlijkheid was. Dat wil zeggen dat Nederhemert een eigen rechtbank bezat, waardoor  de heer of namens hem recht werd gesproken, ook in criminele zaken.

De bewoners van deze dorpen hebben eeuwenlang gestreden tegen het water. Duidelijke sporen  vindt men althans nog terug. Na de bedijking zijn de boerenerven verder opgehoogd. Dit was noodzakelijk geworden omdat, wanneer de dijk rond de Bommelerwaard bezweek, de waterstand daar veel hoger opliep, dan voor de bedijking. Men zocht dan hoger gelegen plaatsen op, zoals bijvoorbeeld de kerk. Het gevaar van schade bij overstroming woog toen zwaarder dan de ligging dichter bij de landerijen. Het grasland werd toen niet voor melkveehouderij gebruikt, maar voor jongvee, paarden, hooiwinning en ook voor de handel.

De wateroverlast en de oorlogen zijn in de gehele geschiedenis van de Bommelerwaard de grootste factoren geweest, die remmend hebben gewerkt op de welvaart van deze streek. De vele dijkdoorbraken troffen vooral de bewoners van het laaggelegen middengebied van de waard. Deze bevolking bestond uit een klein aantal grote boeren, wat handwerklieden en kleine middenstanders, die maar net aan het bestaansminimum kwamen, en verder uit land en fabrieksarbeiders en wat keuterboertjes.
Bijna allemaal hadden ze een stukje grond. De lonen waren laag en in de zomer en het najaar moest de kost ook worden verdiend voor de wintermaanden, want dan was er geen werk Het streven van deze arbeiders was er echter wel op gericht zelf boer te worden. Vandaar de vele keuterboertjes in deze dorpen. Een symptoom van de geringe mate van welvaart waarin onze grootouders moesten leven was onder ander het groot aantal geiten, dat hier werd gehouden ( de koe van de eenvoudige man ). Voor de gezinnen van de arbeiders van de keuterboer leverde de geit melk voor het eigen gezin en mest voor het land. De kosten van onderhoud waren gering, wat gras en hooi van de wegbermen en afval van het huishouden.

Een ander verschijnsel was het grote aantal kleine huisjes, die nu wel schilderachtig aandoen, maar die vaak werden bewoond door grote gezinnen en weinig of geen leefruimte boden. Bij de waterramp in 1861 werden vele van deze huisjes  weggespoeld, want ze waren vaak maar van leem, vlechtwerk en ongebakken stenen opgetrokken. Na 1861 zijn ze vaak in rijen gebouwd langs de bermen van de kaden en de polderwegen, op de poldergrond.

Terug naar Geschiedenis

 

Disclaimer - @ februari 2017 Designed bij Compu-Link